Alles voor
fruitteelt
en landbouw!
NL | FR
Producten

Madex: fruitmot bestrijden met granulosevirussen

Fruitmot: de granulose virussen vragen uw aandacht!

In 1964 werd een granulose virus in een fruitmot geïsoleerd met hoge virulentie. Deze ontdekking zou in het daarop volgende decennium leiden tot de ontwikkeling van een nieuw bestrijdingsmiddel tegen de fruitmot. Vandaag zijn er verschillende producten op de markt met het granulose virus als actieve stof. Niet alleen in de biologische, maar ook in de geïntegreerde teelt hebben deze granulose preparaten een plaats gekregen in de bestrijding van de fruitmot. De residueisen van de afzetmarkt verhoogde de interesse in deze “residu vrije producten”. Hierbij mag echter niet de globale bestrijdingsstrategie en de duurzaamheid van deze strategie uit het oog verloren worden.

Efficiëntie: virulentie versus de stadia van de rupsfruitmot

Granulose virussen voor de fruitmot bestaan in vele soorten. De variant die geselecteerd werd voor gebruik als bestrijdingsmiddel is een vorm met hoge virulentie. Voor de afdoding van de larven van de fruitmot zijn slecht enkele virus partikels nodig. 1-5 virus partikels zijn voldoende om 50% doding te veroorzaken van de jonge larven. De effectiviteit van de virussen neemt echter af bij oudere larven. Indien de larve pas in een later stadium in contact komt, moet de dosis hoger zijn om eenzelfde effect te bekomen. Daarnaast is het zo dat het aantal opgenomen partikels niet alleen de mortaliteit bepaalt, maar ook de tijdsduur die nodig is vooraleer deze optreed. Voor oudere larven die 3 partikels hebben opgenomen, duurt het 9,7 dagen vooraleer 50% wordt afgedood. Bij opname van 280 partikels is dit maar 3,7 dagen. Aangezien de dood niet direct optreed, is er dus beperkte vraatschade mogelijk. Daarnaast is het zo dat vraat nodig is voor de opname van het virus door de larve. Het beperken van de vraatschade en een hoge efficiëntie kan enkel behaald worden indien voldoende viruspartikels op de vruchten aanwezig zijn.

Efficiëntie: bestrijding van twee generaties met 1 behandeling

De efficiëntie van virus preparaten is afhankelijk van de toegepaste dosis en het interval dat deze werden toegepast. De maximale efficiëntie die in proeven werd waargenomen ligt rond 85%. In de praktijk ligt de efficiëntie meestal lager. Algemeen wordt gesteld dat de efficiëntie minder is dan de meeste chemische middelen. Bij deze vergelijking wordt echter meestal geen rekening gehouden met het effect dat virus preparaten hebben op de volgende generatie van de fruitmot. Naast de larven die direct afgedood werden door het virus, zijn er ook steeds een groot aantal larven die slechts een beperkte dosis virus hebben opgenomen. Deze larven zorgen wel degelijk voor inboringen in appel en peer, maar sterven op een later tijdstip. In proeven is gebleken dat het toepassen van virus preparaten zorgt voor een substantiële reductie van het aantal motten in de daarop volgende generatie. Dit supplementaire effect wordt niet geobserveerd met de chemische middelen.

Efficiëntie: klimaat en interval

Granulose virus partikels zijn gevoelig voor UV licht. Dit maakt dat bij toepassing van virus preparaten rekening moet gehouden worden met de weerscondities. Wanneer de zon niet schijnt is na 8 dagen de efficiëntie van de aangebrachte virussen gedaald met 50%. In zonnige omstandigheden wordt dit tijdstip reeds na 3 a 4 dagen bereikt. Bij zonnige condities moet het interval van de behandeling korter gehouden worden dan onder bewolkte omstandigheden.

Efficiëntie: strategie versus resistentie

Tot op heden werd in België geen resistentie vastgesteld voor granulose virussen. In de buurlanden is dit echter wel het geval. Aangaande het ontstaan van de resistentie en de te volgen strategie ter voorkomen van resistentie is er nog veel discussie. Algemeen kan echter gesteld worden dat het gebruik van lage/gereduceerde dosissen af te raden valt. Het gebruik van lage dosissen kan resulteren in de selectie van een populatie met een langzaam afnemende gevoeligheid voor granulose virussen. Naast een langzaam afnemende gevoeligheid, wordt soms ook een directe ongevoeligheid vastgesteld. Voor het voorkomen van deze laatste vorm van resistentie bestaat er geen strategie die dit kan uitsluiten. De enige oplossing hier is het toepassen van een duurzame strategie gebaseerd op het gebruik en alterneren van verschillende types bestrijdingsmiddelen. Eén van de meest effectieve antiresistentie strategieën is het gebruik van feromoon verwarring in combinatie met de chemische middelen. Minder kans op paring staat gelijk met minder eieren en larven. Hoe kleiner de populatie rupsen, hoe kleiner de kans op het optreden van directe ongevoeligheid voor granulose virussen.

HERMOO Belgium NV
Brustem Industriepark, Lichtenberglaan 2045, B-3800 Sint-Truiden - KBO 0416.685.868 - RPR Antwerpen, afdeling Hasselt - e-mail: hermoo@hermoo.be, tel. 011 68 68 66  |  Disclaimer | Privacy verklaring  | Verkoopsvoorwaarden
Aanmelden © 2017 Hermoo